autobedrijf Noord-Holland

De geschiedenis van Garage Herman Lubbers in Huizen

Garage Herman Lubbers is al jaren een erkend bedrijf in Huizen omstreken. Niet zo gek, want het sleutelen aan de auto’s begon ook in deze stad: eigenaar Herman Lubbers was van kinds af aan al in de weer met autokrikken, uitlaten en versnellingsbakken. 
 

Het begon in Noorderbuurt

Op 15 december 1988 opende het autobedrijf haar deuren aan de Botterstraat, maar daarvòòr was Herman Lubbers al van kinds af aan in de weer met autokrik, uitlaten en versnellingsbakken.
“Ik heb altijd aan brommers en auto’s gesleuteld”, vertelt de Huizer garagehouder. “Dan reed ik op de fiets naar Hilversum voor een stuk uitlaatpijp, die ik dan onder de wagen van m’n vader schroefde. We woonden toentertijd aan de Kronenburgerstraat waar m’n ouders een bakkerij hadden. Of ik geen bakker had willen worden? Nee hoor. Al was dat misschien wel beter geweest. Als je gebakje mislukt, kun je het altijd nog zelf opeten. Met een auto ligt dat toch wat anders”, grapt Herman. “M’n ouders hadden er totaal geen problemen mee dat ik altijd aan het sleutelen was. Al kan ik me wel een keer herinneren dat ze er minder tevreden over waren. Dat was in de tijd dat ze conciërge waren in het oude Visnet. Ik zat toen in de kelder van het gebouw te sleutelen en had een motor gespoten. Toen was m’n moeder wèl kwaad. Tijdens een receptie rook het hele gebouw namelijk naar thinner”, lacht Herman.
Na zijn schoolopleiding kwam hij bij een garagebedrijf in Blaricum te werken, waar hij 6 jaar lang auto’s oplapte.
“Toentertijd was er heel veel echt reparatiewerk aan auto’s. Als er nu een dynamo kapot is,
ga je naar een bedrijf en haalt een nieuwe. Wat dat betreft is er veel veranderd. Vroeger gebeurde alles handmatig Tegenwoordig heb je een apparaat die je op een wiel zet en “zoeff”, je moeren liggen eraf”.
Het werk in het Blaricumse garagebedrijf beviel hem goed, maar toch besloot hij de overstap naar een andere baan te maken toen hij wilde trouwen.

“Ik verdiende FL 930,- per maand. Dat was best een goed salaris, maar in die tijd hoorde je verhalen dat het bij ambtenaren niet op kon. Toen een maat tegen me zei: -Waarom ga je niet bij de post werken?- leek me dat helemaal geen gek idee. Bij de PTT vloog ik omhoog naar een salaris van FL 1850,-. Ik begon ’s morgens om zes uur en bracht tot een uur of elf de post rond. ’s Middags waren er ook nog een paar klantjes en na een uur of twee zat je werk erop. Zo “ris” (snel) als ik nu ben, zo liep ik toen ook langs de straat”, zegt Herman met de nodige zelfkennis. Dus was hij in no time klaar met z’n bezorgerswerk. Er was genoeg tijd over om te sleutelen, want dat bleef z’n lust en z’n leven. Bovendien moest er genoeg brood op de plank komen voor het zich uitbreidende gezin. Zo’n 8 jaar werkte Herman Lubbers als postbesteller. Toen er een deeltijdbaan vrij kwam, besloot Herman hierop in te gaan om meer tijd te kunnen besteden aan het autoreparatiewerk.
“Want ik had ondertussen gewoon doorgeleerd. Je kunt het zo gek niet bedenken, of ik had er een opleiding voor gevolgd. Ondertussen was ik nog bezig geweest om een autobedrijf te kopen, maar dat ging uiteindelijk niet door. Omdat je je toentertijd bij de PTT particulier moest verzekeren, betaalde ik voor ons grote gezin honderden gulden aan ziektekosten. Ik ben toen bij een schoonmaakbedrijf gaan werken en maakte met een machine een paar uurtjes schoon in de Groen van Prinsterer Mavo. Vanwege dit baantje kon ik het ziekenfonds weer in, wat me een paar honderd gulden in de maand scheelde.
Het werk bij de PTT en het schoonmaakbedrijf was een tussenoplossing. Ik heb altijd in m’n achterhoofd gehad: -Wanneer ik de mogelijkheid krijg, dan wil ik het garagebedrijf weer in-”.

Sneeuw

De deeltijdbaan bood Herman Lubbers de gelegenheid zich op zijn autoklantjes te storten. Hij liet zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en breidde gestaag zijn klusjes uit.
“Wat ik met sleutelen verdiende, wilde ik investeren in een toekomstig garagebedrijf. Toen ik voor mezelf begon, werkte ik op de oprit naast de deur van m’n huis aan de Piet Prinsstraat, waar één auto kon staan. In de schuur waar m’n vrouw de wasmachine had staan, stond ook mijn werkbank. Ik had behoorlijk wat klanten. Behelpen was het wel. Ik lag ’s winters in de sneeuw op de oprit met een kleed eronder. Koud! Het was inderdaad provisorisch werken. Als ik een veer -die onder een auto zit- in elkaar moest drukken, dan zette ik ‘m aan de bovenkant vast tussen de deursponning en aan de onderkant met een krik, om de veer vast te binden met ijzerdraadjes zodat ik hem mee kon nemen. En dan hoopte je maar dat-ie er niet uit schoot. Eén keer gebeurde dat wel en vloog hij dwars door de ruit heen. Een andere keer zette ik een ruit in een auto en viel er wat glas op het pad. Alle kinderen hadden toen lekke fietsbanden. Maar het was altijd leuk op straat. Zeker ’s zomers, als je tot een uur of tien ’s avonds door kon werken. Dan kwamen mensen uit de buurt langs om te kijken en een praatje te maken. Dat was echt gezellig”.
Het geld dat hij met zijn sleutelwerk verdiende, werd strikt apart gezet om een garagebedrijf te kunnen bekostigen. Daar viel wat Herman betreft niet aan te tornen. Als er wel eens extra geld nodig was voor het gezin, kreeg zijn vrouw een onverbiddelijk “nee” te horen.
“Ze kreeg het niet”, moet Herman nu achteraf wel lachen om zijn onverzettelijkheid. “Ze heeft daar wel eens een keertje om zitten huilen op een biels”.

Garage Botterstraat

Maar het zorgvuldig apart gezette spaarpotje groeide, net als het klantenbestand. Van de oprit verhuisde Herman Lubbers naar een overdekte hooiberg in de Noorderbuurt.“Ik had dan wel een dak boven m’n hoofd, maar in de winter was het hartstikke koud”,herinnert Herman zich nog al te goed. “En ieder kwartier moest je op een holletje naar huis voor een WC-bezoekje. Ik werkte in m’n eentje en had een oud baasje die voor me heen en weer reed en onderdelen ophaalde. Ik had bijvoorbeeld geen bandenapparatuur, zodat hij naar een bedrijf kon rijden die de banden er voor me omlegde. Het waren lange dagen die ik maakte”, beaamt Herman. “Want ik had ook m’n deeltijdbaan bij de PTT nog.

En toen stond opeens het pand aan de Botterstraat te koop. In eerste instantie wilde ik er 3 bedrijfsunits van maken, maar toen Bouwbedrijf Vlot belangstelling had voor de helft van het pand, hebben we er een muur in gezet. Ik had genoeg geld voor de inrichting, maar moest naar de bank om het pand te kunnen kopen. Ik had nog nooit één gulden geleend. Ik vond het een enorm bedrag en heb het daar knap moeilijk mee gehad. Bovendien was er thuis opnieuw een baby op komst en de verantwoordelijkheid drukte me zwaar. Ik besloot het tenslotte maar over te geven”. Het garagebedrijf aan de Botterstraat werd ingericht met bestaande gereedschappen, maar ook nieuwe apparatuur. Zo kreeg ik twee bruggen, die ik nog nooit had gehad. Dat werkte een stuk sneller. De APK kwam in die tijd op gang en ik deed een hoop laswerk. Ik was één van de weinigen in de regio met lasapparatuur en dat bracht een hoop werk met zich mee. De eerste twee jaar kon ik het in m’n eentje nog wel redden. Toen het echt te gek werd, heb ik een jongen in dienst genomen. Uiteindelijk liepen er 5 man rond”.

Garage Ambachtsweg

Naast reparaties van alle automerken, doet Garagebedrijf Herman Lubbers ook schades en APK-keuringen. Omdat de erfpacht van de grond waarop het bedrijf is gebouwd in 2011 afloopt en de mogelijkheid tot koop van de grond door de nieuwe regelgeving is vervallen, wilde Herman vòòr die tijd een ander onderkomen zoeken. Daar heeft hij rustig aandacht aan willen besteden. Je kunt wel ergens achteraf gaan zitten, maar ze moeten je wèl kunnen zien”, was zijn motivatie om een nieuwe locatie zorgvuldig uit te kiezen. “Als ik in 2011 weg zou moeten van de Botterstraat, dan had ik met een shovel het hele pand tegen de vlakte moeten gooien om de grond kaal op te leveren. Dat wilde ik voorkomen. Ik heb 2 jaar gezocht naar een nieuw pand en tussendoor ook van gemeentewege locaties aangeboden gekregen, die uiteindelijk niet door zijn gegaan. En toen viel mijn oog op het pand aan de Ambachtsweg dat te koop stond. Het was de ligging die m’n aandacht trok, want er moest wel het één en ander aan gebeuren. Zo is het dak 3 ½ meter omhoog gekomen om de bruggen te kunnen plaatsen. Verder is de elektriciteit vernieuwd en een nieuw oliesysteem -echt het neusje van de zalm- geplaatst, om olie te verversen en oude olie af te zuigen naar speciale bulktanken. Ook hebben we verder geïnvesteerd in diagnoseapparatuur. De meeste auto’s zijn uitgerust met elektronica. Bij een defect moet je met speciale apparatuur een diagnose kunnen stellen. Nu ben ik daar als “oude opa” niet zo bedreven in, maar mijn zoon is er behoorlijk rap mee. Als je op een aantal knoppen drukt, dan zie je meteen wat er kapot is”.

7-tons brug
“Ik heb die handigheid niet zo. Ik heb foefjes om te ontdekken wat er aan de hand is.
En daar hebben de jongens weer geen kaas van gegeten”, lacht Herman. “Laat mij maar gewoon rustig sleutelen en zoekklusjes doen. Wat ik leuk werk vind? Elektrische bedrading aanleggen, wanneer een hond die achterin kapot heeft gebeten. Een raammechaniek vernieuwen of een schadeauto weer opbouwen wanneer hij terugkomt van de spuiter. Dat zijn lekkere karweitjes waar je ook gemakkelijk bij weg kan. Want als je met smerige handen een versnellingsbak staat te repareren, dan kun je moeilijk tussendoor offertes maken, een klantbezoeken of de telefoon opnemen. Dat werkt gewoon niet”.
Hij is blij dat er met het pand aan de Ambachtsweg een kans is gekomen zo’n sprong vooruit te maken.
“Ik ben ervan overtuigd dat garagebedrijven die niet investeren in elektronische apparatuur, het niet redden. Je komt er dan gewoon niet meer uit. Er zitten tegenwoordig zóveel ledjes en stekkertjes onder de motorkap…..

Vroeger was reparatiewerk veel lomper: 70% mechanisch en 30% elektronica. Tegenwoordig is de verhouding net andersom, of in ieder geval fifty fifty”.
Naast nieuwe diagnoseapparatuur zal het nieuwe pand aan de Ambachtsweg in plaats van de huidige 4 maar liefst 6 bruggen bevatten, waaronder een 7-tons brug.
“Het probleem op de Botterstraat is, dat ik geen campers, grote bussen of aanhangwagens neer kan zetten. Laatst had ik een Renault Master, maar die past niet op een gewone brug. Ik moest hem wegbrengen naar een bedrijf buiten Huizen die wèl een grote, brede brug heeft. Het is toch te zot dat zo’n dorp als het onze geen brug heeft waar je met een grote auto terechtkunt”, meent Herman.

Avondopenstelling
“Er is op de Ambachtsweg ruimte genoeg om daar op in te kunnen spelen. We hebben daar twee keer zoveel oppervlakte als aan de Botterstraat. Verder heeft het Albanië Comité er een apart gedeelte en is er een ruimte naast de garage waar we medio mei een groothandel in automaterialen willen inrichten. Geen skiboxen, imperials en verfraaiingartikelen, maar uitsluitend auto-onderdelen. Verder willen we een quick service opzetten, waar we ook een paar avonden voor open zullen zijn. Je moet dan denken aan klusjes als uitlaten of olie verversen. Mensen kunnen op zaterdagmorgen als ze naar de Praxis of Ireneshop gaan, bij zichzelf denken: -Ik kan m’n auto dáár parkeren, maar ik kan hem ook even bij Herman Lubbers voor de deur zetten, om olie te laten verversen-. Daarom zullen we straks ruimere openingstijden hebben: doordeweeks van 7.30 tot 18.00 uur, zaterdags van 9.00 tot 17.00 uur en nog 2 of 3 avonden. Ook voor bedrijven die overdag hun auto niet kunnen missen is een avondopenstelling ideaal om bijvoorbeeld een APK te laten uitvoeren, waarbij het afmelden de volgende dag plaatsvindt”.

Het is de bedoeling dat vanaf maandag 12 februari de deuren van de nieuwe locatie open zullen zijn.
“Ik ben blij en dankbaar dat het mogelijk was dit pand te betrekken. Het is een hele investering en dat doe je niet zomaar. Ik heb er menig handje voor gevouwen”, bekent Herman. “Maar als ik dan zie hoe het allemaal door de jaren heen gegaan is….. Met het bedrijf -waar je van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat druk mee bent- en met alles wat je voor Albanië hebt kunnen doen, dan denk ik: -Ik ben van Bovenaf niet in de steek gelaten-. En dan natuurlijk mijn vrouw Anne-Lise die moet er óók maar genoegen mee nemen dat we zo vaak van huis zijn. Als het thuisfront je niet steunt, dan red je het niet”.